Personalisatie
Kaarten kunnen voorzien worden van verschillende items die identificatie mogelijk maken. Het aanbrengen van deze gegevens gaat via Thermische bedrukking. Deze wordt aangebracht door een drukkop te verwarmen op plaatsen waar er inkt, van het inktlint, op de kaart moet worden aangebracht. De inkt wordt als het ware in de oppervlakte van de kaart gesmolten. Om dit te doen op een correcte manier moet de oppervlakte van de kaart volledig vlak zijn. Daarom wordt een kaart gelamineerd om een volledig egale oppervlakte te verkrijgen.
Door het thermoprinten worden de gegevens op de kaart aangebracht vanuit een database met daarin een naam en voornaam maar ook een nummer dat omgezet kan worden tot een barcode zoals een EAN 8 of 13, code39, code 128 enzovoort .
Onder personalisatie valt tevens het coderen van een magneetstrip deze kan HICO of LOWCO zijn opgemaakt en het verschil zit in het aantal metaaldeeltjes per cm². Een hico magneetstrip wordt aanbevolen bij intensief gebruik zoals toegangs registratie waarbij een kaart dagelijks vele malen wordt gebruikt. Lowco magneetkaarten gebruikt men eerder bij kaarten die je bijvoorbeeld maar 1 keer per week gebruikt zoals een tankkaart.
Een chip maakt het mogelijk informatie op een kaart te zetten en deze op een veilige manier te bewaren. Je moet beschikken over een code om toegang te krijgen tot de informatie. De technologie is uiteenlopend van geheugen tot microprocessor chips en van contact tot contactloze chips. Mogelijke applicaties zijn het sparen van punten of het gebruik als betaalkaart maar je kunt ook verschillende applicaties tezamen op één kaart onder te brengen.